Provinciale interclubs: stijgers & dalers, toelichting

Begin dit jaar hebben we toelichting gegeven bij het document stijgers en dalers, nl. Bij het scenario waarbij in eerste provinciale zowel de tweede als de derde zouden verzaken aan promotie naar Landelijke afdeling.

Er werd gesteld dat in dat geval het scenario van twee stijgers en twee dalers zou gevolgd worden. Dit is wellicht het meest logische scenario. We hebben toen uit het oog verloren dat er in het document ‘Stijgers en dalers’ een regeling uitgewerkt was voor dergelijk specifiek geval, nl. Indien in eerste provinciale de tweede en de derde verzaken aan hun recht om te promoveren naar Landelijke dan impliceert dit een bijkomende stijger minder of een bijkomende daler meer al naargelang het aantal Vlaams-Brabantse dalers uit Landelijke (Landelijke Sportreglementen: C.9.11.21 en C.9.11.22). Deze regeling lijkt ons nu niet zo logisch als de toelichting die wij gegeven hebben maar we wensen ons voor dit seizoen te houden aan de teksten zoals zij begin van dit seizoen gecommuniceerd werden. Naar volgend seizoen toe zal het document ‘Stijgers en dalers’ herschreven worden.

Concreet: vermoedelijk is er slechts één daler uit Landelijke Heren, bijgevolg 1 bijkomende stijger. Geen testwedstrijd tussen de 10e van afdeling 1 en de beste tweede van afdeling 2. De bijkomende stijger in afdeling 2 tem afdeling 5 wordt dan bepaald door testmatchen. Voor 5e impliceert dit dat de tweede gerangschikte uit 5A en 5B allebei stijgen naar 4e provinciale. De 10e in 4A en 4B hoeven geen testwedstrijden te spelen.

In geval evenwel de 2de en de 3de weigeren te stijgen naar landelijke (definitieve keuze te maken begin juni) vervalt de bijkomende stijger en zijn die testwedstrijden zonder belang.

Gezien de timing van de keuze om wel of niet te stijgen moeten die testmatchen wel gespeeld worden.